Volkstuinvereniging "De Eendracht"
Tips van leden van de vereniging
Knolselderie (g)een snertgroente.
Knolselderie is een buitenbeentje.
Slechts weinige tuinbouwgewassen verdragen chloorhoudende meststoffen. Knolselderie daartegen heeft zelfs een voorkeur hiervoor.
Er zijn twee soorten: langloof en kortloof rassen.
De kortloof geeft mooiere en grotere knollen, ze groeien ook wat sneller dan de langloof.
Deze laatste heeft echter iets minder last van kwaaltjes. De teelt van beide soorten zijn gelijk.
Het zaaien gebeurt eind februari begin maart in een bakje met zaaigrond op de vensterbank.
Niet in de volle zon en niet te warm. Zaai niet het hele pakje, het zaad blijft in een goed afgesloten pakje een paar jaar goed,
aan ca. 10 - 15 knollen per jaar heeft men meestal voldoende.
Het kiemen duurt vrij lang, zorg er dus voor dat het zaaibakje niet uitdroogt.
Een plastic zak erover helpt hiertegen.
Als het eerste goede blaadje in de plantjes zit dient er verspeend te worden.
Dit is even een secuur werkje, de plantjes zijn slechts ca. 2cm groot.
Pak ze voorzichtig bij het blaadje en licht ze met bijv. een patatvorkje uit de grond.
Men kan ze uitplanten in kleine bloempotjes of in jiffypots gevuld met een goede potgrond.
Plant de selderieplantjes slechts zo diep dat ze niet omvallen, te diep geplant geven ze minder mooie knollen.
In april kan men het plantbed klaarmaken. Zoals gezegd heeft knolselderie een voorkeur voor chloride houdende grond.
Kali en kalk worden eveneens gewaardeerd. In het eerste groeistadium is ook iets extra stikstof aan te bevelen.
Om aan de kalibehoefte te voldoen is kali-40 de ideale meststof, dit is een chloorhoudende kalimeststof met 40% kali,
dus 2 vliegen in 1 klap! Extra kalk word gegeven in de vorm van dolokal of, nog beter, Maerl (koraalalgenkalk).
Knolselderie vraagt om een humusrijke en vochthoudende grond, dus voldoende compost, goed verteerde stalmest of een gedroogde
organische meststof aan het bed toevoegen. Kali-40 kan vervangen worden door patentkali en keukenzout (10 gr mtr2).
Na half mei kan in de volle grond worden uitgeplant. Een weinig extra stikstof inwerken, chilisalpeter is het beste hiervoor.
Wederom niet te diep planten. Tijdens de groei de grond goed vochtig houden en enkele malen bijmesten met 12-10-18, dan moet het lukken.
Begin november kan geoogst worden. De knollen kunnen worden ingevroren of ingekuild.
In het laatste geval de wortels iets inkorten en het groeipunt van het loof laten staan. Met de groeipunt schuin naar beneden inkuilen.
Biologische tuinders kunnen bovengenoemde meststoffen, op 12-10-18 na, ook gebruiken.
Kali-40 en chilisalpeter zijn natuurproducten.
Kortloof rassen zijn bijv. Monarch, Diamant en Briljant.
Langloof rassen zijn bijv. Prager reuzen, Dolvi en Roem van Zwijndrecht.
Ingezonden door dhr. F. van Reeken, Hoge West-Laarmansheuvel.
Diftar en compostbak
Sinds in 2006 het diftar in onze gemeente is ingevoerd, is een compostbak een goede manier om geld te besparen en de tuingrond te
verbeteren.
Wat mag erin.
Alle verse groente, fruit en tuinafval, theebladeren, koffiedik, eierschalen, oude potgrond, grasmaaisel (geen dikke lagen, anders goed
mengen met de onderlaag), snoeiafval (grovere stukken kleiner maken, dit verteert sneller), as van de open haard/barbecue, etc.
Aardappelschillen worden afgeraden.
Wat mag er NIET in!
(Gekookte) etensresten, brood, papier, visgraten, botten van vlees of kip, wortels van koolplanten (knolvoet), etc.
Leg een compostbak aan op een vaste plek, geen bodem eronder maar direct op de tuingrond, zo kunnen bodem-insecten en bacteriën
hun werk doen.
Wormen zorgen voor een luchtige compost.
Wat is er nodig.
Compostsilo's 2 stuk van ca. 1 m3 naast elkaar geplaatst, achterkant en zijkant gesloten, voorzijde open of afsluitbaar.
Begin in 1 bak.
Maak de ondergrond met een greep goed los en leg hierop een laag grover materiaal bijv. snoeiafval.
Om een compostering proces goed op gang te helpen vraag aan een buurman een emmertje rijpe compost en strooi dit hierover, de bak is nu
klaar om te vullen. Na de 1e laag van ± 25 cm een handvol Dolokal Supra (=kalkmeststof) erover, na de 2e laag van ± 25
cm een handvol zwavelzure ammoniak erover. Bovenstaande herhalen tot dat de bak vol is.
De 1e bak nu omzetten naar de 2e en in bak 1 weer opnieuw beginnen enz.
Bij droog weer de bakken goed vochtig houden anders verdroogt het en wordt het geen compost.
Na een jaar is de compost rijp en kan in het voorjaar al dan niet gezeefd over de tuin of rond fruitstruiken/bomen worden gestrooid.
Dolokal (= kalkmeststof in poedervorm) en zwavelzure ammoniak (= fijnkorrelige stikstofmeststof) zijn bij de meststoffenhandel
verkrijgbaar in elke gewenste hoeveelheid, deze kunnen vervangen worden door diverse in de handel zijnde compostverbeteraars.
In boekwinkels en bibliotheek zijn hierover uitgebreide boekjes.
Veel succes!
Ingezonden door dhr. F. van Reeken, Hoge West-Laarmansheuvel.
Wisselbouw
| eerste jaar |
groep 1
Voor de winter compost en voor het zaaien evt. kunstmest.
- Aardappels
- Bietjes
- Wortels
- Knolraap
- Koolrabi
- Knolselderij
|
groep 2
Verteerde stalmest in de winter, kunstmest voor het zaaien.
- Bonen
- Erwten
- Sla
- Prei
- Uien
- Sjalotten
|
groep 3
Voor de winter compost en voor het zaaien evt. kunstmest.
- Spinazie
- Koolsoorten
- Radijs
|
| tweede jaar |
| groep 2
|
groep 3
|
groep 1
|
| derde jaar |
| groep 3
|
groep 1
|
groep 2
|
| dit schema herhalen |
Ingezonden door dhr. F. van Reeken, Hoge West-Laarmansheuvel.
Een eenvoudige compostbak
Ik liep er al een poosje over te dubben hoe ik op mijn tuin op een simpele, goedkope manier een compostbak kon plaatsen.
In het verleden heb ik, op een vorige tuin, veel plezier gehad van composteren en zeker met de Diftar in aantocht wordt het dubbel lonend.
Toen ik op het parkeerterrein op de Houtwal liep, waar de materialen voor de bestrating van de markten liggen, zag ik de stapelbare
opzetranden voor pallets liggen.
Dat leek me de oplossing.
Ze zijn 75 x 115 cm, en 20 cm hoog.
In opgevouwen toestand dus 190 bij 20 cm.
Ik heb er drie gekocht, gebruikte, voor € 5 per stuk bij Palletcentrum Eerbeek op Industrieterrein
De Hazenberg in Brummen.
In de meeste boekjes is wel iets te vinden over composteren, ik geef dus maar een paar ervarings-tips: af en toe een hand kalk erover,
geen gekookte etensresten er op (vanwege ongedierte en schimmel- vorming), geen bloeiend onkruid en in droge periodes af en toe een
emmer water erover.
Vragen ? Bel me maar op 501 477, of kom kijken op tuin 36A op het Gallee.
Succes!
ingezonden door Pim Demmink
Ook planten moeten eten (bemestingleer in een notedop)
De drie voornaamste bestanddelen van plantenvoedsel zijn:
STIKSTOF, FOSFOR en KALI
Daarnaast zijn CALCIUM (kalk) en MAGNESIUM van belang.
In geringe mate zijn ook SPORENELEMENTEN noodzakelijk.
-
Stikstof:
Stikstof zorgt voor groei van blad en scheuten. Bladgroente en koolsoorten zijn grote eters van stikstof.
-
Fosfor:
Fosfor zorgt voor knopvorming, vorming van een goed wortelgestel en afrijping van vruchten.
-
Kali:
Kali zorgt voor knolvorming, stevigheid van het gewas en vruchtafzetting. Ook wordt het gewas minder droogtegevoelig en vorstbestendiger.
-
Calcium:
Calcium regelt de zuurgraad van de bodem en verbetert de structuur ervan. Het zorgt ook voor stevigheid van het gewas.
-
Magnesium:
Magnesium stimuleert de vorming van bladgroen en heeft invloed op de oplosbaarheid van fosfor in de bodem.
-
Sporenelementen:
Verder zijn er nog sporenelementen die van belang zijn voor de groei van het gewas zoals: ijzer, koper, molybdeen, mangaan, borium,
zink, etc.
Er zijn organische meststoffen en anorganische meststoffen.
Organische meststoffen:
Organische zoals
-
verse stalmest
-
gedroogde stalmest
-
champignonmest
-
paardenmest
-
schapenmest
-
gedroogde kippenmest
worden als basisbemesting voor het zaaien of planten gebruikt.
Ook bloedmeel, beendermeel en vinassekali behoren hiertoe.
Compost is geen echte meststof maar meer een bodemverbeteraar.
Organische meststoffen zijn meestal samengestelde meststoffen d.w.z. ze bevatten meerdere voedingselementen.
Bloedmeel, beendermeel en vinassekali zijn enkelvoudige meststoffen.
-
Bloedmeel:
Bloedmeel is een stikstofmeststof met 12% N (stikstof).
-
Beendermeel:
Beendermeel een fosformeststof met een kleine hoeveelheid stikstof 15% P2O5 + 5% N.
Beendermeel door het zaaibed gemengd geeft een goede beworteling van zaailingen.
-
Vinassekali:
Vinassekali bevat 40% K2O.
De laatste twee bevatten wel een grote hoeveelheid kalk (calcium).
Organische meststoffen brengen ook de noodzakelijke humus in de grond, compost wordt hiervoor ook gebruikt.
Echter opgepast met handelscompost, sommige soorten (edel compost bijv.) kunnen zuiveringsslib bevatten en deze zijn dus niet geschikt
voor de moestuin. Op de siertuin is het geen probleem.
Organische meststoffen geven de voedingselementen langzaam en gelijkmatig aan de planten af, dit in tegenstelling tot de anorganische,
welke snel en kort werken.
Anorganische meststoffen (kunstmest):
Samengestelde kunstmest zoals het bekende
NPK 12-10-18 en ook
7-14-28 en
14-14-14 worden evenals de enkelvoudige meststoffen superfosfaat en patentkali gebruikt als basisbemesting,
naast verse mest en of gedroogde organische mest.
Wat voor anorganische meststoffen zijn er zoal:
Stikstofmeststoffen worden meestal als overbemesting gebruikt.
-
KAS Kalkammonsalpeter 27% N 4% MgO (magnesium), is een kunstmeststof die breed inzetbaar is als stikstofmeststof. In tegenstelling tot
de naam voegt de meststof geen kalk toe aan de grond, maar werkt juist licht zuur. De helft van de werkzame stikstof is in de vorm
van nitraatstikstof, de andere helft ammoniumstikstof.
-
MAS Magnesammonsalpeter 22% N 7% MgO.
-
Zwavelzure ammoniak 21% N.
-
Chilisalpeter 16% N, 0,04% B (borium).
KAS en MAS worden bij bladgroente en kool gebruikt. MAS is ook een goede meststof voor het gazon.
Zwavelzure ammoniak wordt gebruikt op de compostbak, bij blauwe bessen (Amerikaanse familie van onze bosbessen
(hogere struik grotere bes en aan trossen)) en andere zuurminnende gewassen. Ook wordt het gebruik als basisbemesting samen met
superfosfaat en patentkali bij aardappelen.
Chilisalpeter wordt bij knolselderie, koolsoorten en rode bietjes gebruikt.
Gebruik stikstofmeststoffen met mate.
Fosformeststoffen worden voor het zaaien of uitplanten van peulvruchten gebruikt.
-
Superfosfaat 20% P2O5.
-
Tripelsuperfosfaat 46% P2O5.
Kalimeststoffen worden gebruikt bij wortelgewassen en knolgewassen, bij fruit en tomaten.
-
Patentkali 30% K2O, 10% MgO.
-
Kali-40 40% K2O alleen gebruiken bij knolselderie.
Kalkmeststoffen zoals:
-
Dolokal (poeder) 5% MgO
-
Dolokal Extra 10% MgO
-
Dolokal Supra 19% MgO
-
Dologran (korrel) 5% MgO
-
Maerl 9% MgO
-
EMKAI (zonder magnesium)
worden in de herfst gebruikt, echter niet waar het volgend jaar de aardappels komen.
Magnesiummeststof:
wordt in het voorjaar op het gazon gestrooid en bij asperges.
De samengestelde meststoffen als bijv.
NPK 12-10-18 worden als basisbemesting en tijdens de groei als
overbemesting gebruikt.
Thomaskali (thomasmeel met kalizout) is een goede herfstmeststof voor het gazon en asperges.
Gebruik kunstmest altijd met mate!
Sporenelementen worden bij gebruik van organische mest en kalk voldoende in de bodem gebracht.
Over bemestingsleer zijn hele boekwerken te koop of te leen dus dit is maar een summiere opsomming geweest.
Een prettig tuinjaar en goede oogst gewenst.
ingezonden door dhr. F. van Reeken, Hoge West-Laarmansheuvel.
Op deze plek kunnen tips van leden worden geplaatst.
Heeft u iets, mailt u dan de vereniging! Als het een goed verhaal is wordt het geplaatst.